De verzorging van katten


Katten van kop tot staart
Katten zijn geweldig goede jagers. Ze hebben een gespierd lichaam met veel en vooral krachtige spieren. Deze spieren stellen een kat in staat zijn lichaam in de meest uiteenlopende houdingen te houden. Van in elkaar gevouwen om bij dat ene plekje achter op de rug te kunnen likken tot en met gestrekte poten en hoge rug om zich eens lekker te kunnen uitrekken. Katten zijn levensgenieters, die ieder straaltje zon verwelkomen en die van uitslapen hun beroep hebben gemaakt, die kunnen spelen met een pluisje, uit hun dak gaan voor een bolletje wol en buitengewoon kieskeurig zijn in wie ze aardig vinden. Maar om zich zo lekker te kunnen voelen, is het belangrijk dat ze lichamelijk goed in elkaar zitten. Vandaar hieronder een korte uitleg van het een en ander.

Lichaamstemperatuur
De normale lichaamstemperatuur van katten ligt tussen de 38 en 39 °C. In tegenstelling tot mensen kan een kat heel goed hoge temperaturen verdragen. Sterker nog, ze houden van extreme warmte. Lekker slapen in de vensterbank boven een hete verwarming of dicht bij de open haard. Maar juist door deze betrekkelijke ongevoeligheid voor warmte, kan het wel eens te heet voor de vacht worden, waardoor deze gaat schroeien. Blijf dus wel altijd alert met kachels en open haarden. Bij warm weer kan een kat, net als een hond, hijgen om af te koelen. Op deze manier verdampen ze vocht uit de bek en de longen, waardoor de lichaamstemperatuur niet buitensporig oploopt. Transpireren doen katten alleen via de voetzooltjes. Via de rest van de huid zou ook geen nut hebben vanwege de isolerende werking van de vacht.

De vacht
Hoewel een kat zichzelf veel wast en poetst, heeft de vacht van een kat wel degelijk verzorging nodig. Of de kat nu lange haren of korte haren heeft. Regelmatig kammen en borstelen van de vacht haalt losse haren en vuil uit de vacht. Als een kat niet of te weinig wordt gekamd en/of geborsteld zal hij bij het wassen de losse haren naar binnen krijgen. Die haren gaan in de maag een haarbal vormen, die de kat op een gegeven moment wel weer uitbraakt, maar die de kat in de tussentijd een buitengewoon onaangenaam gevoel in de maag kan geven. Een enkele keer kan de haarbal in de darmen terecht komen en verstopping veroorzaken. De dierenarts zal er dan aan te pas moeten komen om ofwel via “smeermiddeltjes” ofwel operatief de haarbal te verwijderen. Wen een kitten al vanaf heel jong aan het borstelen en kammen, zodat hij daar later geen moeite mee zal hebben. U hoeft dan nog niet uitgebreid de hele vacht te doen, veel losse haren zult u nog niet vinden. Gewoon zachtjes even de kam of borstel over rug, staart, buik en kin halen is al voldoende. Zo werkt u ook aan een goede band tussen u en uw kitten.

Wassen
In principe is het wassen van een kat alleen nodig als zijn vacht heel erg vuil is. De meeste katten zijn niet bepaald dol op water, maar als u rustig en vastberaden te werk gaat, hoeft het badderen niet in oorlog te ontaarden. Leg een oude handdoek of een stuk rubber o.i.d. op de bodem zodat de kat houvast heeft. Gebruik speciale kattenshampoo en lauw water. Spoel goed uit met een sproeier. Als er shampooresten in de vacht blijven zitten zal de kat dat niet echt lekker vinden als hij zichzelf weer gaat wassen. Droog de kat goed af en laat hem pas naar buiten als hij helemaal droog is, zodat hij geen kou kan vatten.

Ogen
Hoewel een kat in het donker nog redelijk kan zien, in tegenstelling tot mensen, heeft hij niet een buitengewoon scherp gezichtsvermogen. In het absolute donker kunnen ook katten niets zien. Een kat heeft altijd een glimpje licht nodig om te kunnen zien. Hij heeft echter veel minder licht nodig dan mensen om nog iets te kunnen zien. De ogen van een kat vragen doorgaans geen grote zorg. Alleen bij langharige katten wil in de ooghoek nog wel eens wat viezigheid zitten. Dit kunt u simpel verwijderen met een in gekookt, afgekoeld water gedrenkt watje of keukenrolpapiertje. Gebruik nooit een droog watje, dat laat te veel pluisjes achter. Worden de ogen steeds weer vies, dan is het raadzaam om de dierenarts er eens naar te laten kijken.

Oren
Het gehoor van katten is buitengewoon goed ontwikkeld. Ze kunnen geluiden horen die mensen absoluut niet kunnen waarnemen. Doordat ze feilloos horen uit welke richting een geluid komt, zijn het zulke succesvolle jagers. Doofheid is ook voor een kat een zeer grote handicap, hoewel een dove kat waarschijnlijk redelijk kan compenseren met een scherper gezichts- en reukvermogen en een hogere gevoeligheid voor trillingen. Bij witte katten komt nog wel eens doofheid voor. Speciaal bij witte katten met blauwe ogen en helaas komt ook bij katten de ouderdom met gebreken, want katten met een hoge leeftijd worden vaak doof. In principe hoeven de oren van een kat niet schoongemaakt te worden. Ziet u nu tijdens het kammen dat de oren erg rood of vies zijn, of heeft de kat duidelijk last van zijn oren, laat dan even de dierenarts er naar kijken. Die heeft doorgaans een goed middeltje met duidelijke uitleg om de kwaal te verhelpen.

Tanden
Als een echte carnivoor (vleeseter) heeft een kat een sterke kaak en scherpe tanden. Hoewel hij maar 30 tanden en kiezen in zijn bek heeft, kan hij hard bijten. Om zijn tanden en kiezen schoon en sterk te houden, is het goed om de kat behalve zacht blikvoer, ook harde brokjes te voeren.

Lichaamsgewicht
Het verschil in gewicht tussen poezen en (ongecastreerde) katers kan redelijk groot zijn. Een volwassen kater (ongecastreerd) weegt gemiddeld tussen de 3,5 en 7 kilo. Een poes of jong gecastreerde kater bereikt doorgaans een gewicht tussen de 2,5 en 4,5 kilo. Het kan overigens best zijn dat een smal gebouwde siamese kater minder weegt dan een stevige perzische poes. Weeg uw kat af en toe eens. Heeft uw kat dan onverhoopt medicijnen nodig, dan kan de dierenarts de dosering makkelijk bepalen.

Nagels
De nagels van een kat hebben een belangrijke taak. Of eigenlijk meerdere taken. Ze stellen de kat in staat te kunnen klimmen, hij kan zich ermee verdedigen en hij kan er een prooi mee vangen. Een buitenkat die de kans krijgt te klimmen en voldoende lichaamsbeweging krijgt, zal niet snel te lange nagels krijgen. U zult daar doorgaans ook geen omkijken naar hebben. Een kat die echter niet of weinig buitenkomt en te weinig de mogelijkheid heeft zijn nagels af te slijten, zal vaak te lange nagels krijgen. Dit kan hem veel ongemak veroorzaken. Bovendien kunnen deze lange nagels in de bekleding van uw bankstel blijven haken, of in de lusjes van de vloerbedekking. Hiernaast heeft het krabben een belangrijke functie bij het uitzetten van geuren want tussen de voetkussentjes zitten speciale geurkliertjes die hun geur afgeven bij het krabben. Kortom reden genoeg om regelmatig de nagels van uw kat na te kijken. Hou ook altijd het vijfde teentje dat aan de binnenkant van de voorpoten zit in de gaten. Omdat de nagel van dit teentje de grond meestal niet raakt, kan deze nagel heel lang worden. Soms groeit de nagel dan in een cirkel, waarna de punt weer in het vlees prikt. Om uw kat de gelegenheid te geven zijn nagels te slijten, kunt u in huis een krabpaal of iets dergelijks neerzetten. Ook een klimpaal/boom eventueel met sisal-touw omwikkeld zal uw kat zeker weten te waarderen. Het knippen van kattennagels is een precies karweitje. Laat u het eerst een keer voordoen door iemand die er verstand van heeft, bijvoorbeeld uw dierenarts of de medewerkers van het asiel.