Anatomie katten - Algemeen
|
Formaat
Katachtige variëren nogal in formaat. De grote katachtige, inclusief de leeuw en de tijger, zijn het grootst. De huiskat behoort tot de kleinere soortgenoten. Een volwassen huiskat is ongeveer 20 tot 25 centimeter hoog. De lengte, gemeten vanaf het puntje van zijn neus tot de basis van de staart bedraagt gemiddeld 46 tot 51 centimeter, en de staart is ongeveer 25 tot 38 centimeter lang. Vrouwtjes katten wegen ongeveer 2.7 tot 4.5 kilogram, en katers wegen ongeveer 4.5 tot 6.8 kilogram, afhankelijk van het formaat van het skelet. |
![]() |
|
Hoofd
Het hoofd is groot, in vergelijking tot de rest van het lichaam. De neus en de kaken zijn klein, zodat het gezicht plat lijkt in vergelijking tot de gezichtsvormen van andere diersoorten. Oren De oren zijn groot en uitstaand aan de basis. Ze lopen rond of gepunt toe en staan bij bijna alle kattenrassen rechtop. Een kat heeft een zeer goed gehoor en kan veel geluiden horen die onhoorbaar zijn voor mensen. De kat is in staat frequenties tot 40.000 Hz of hoger waar te nemen. Ter vergelijking: een gemiddeld mens hoort frequenties tot 20.000 Hz. Gewoonlijk draait een kat niet alleen zijn ogen maar ook zijn hoofd in de richting vanwaar hij een geluid hoort komen: dit draagt bij tot zijn gehoor en gezichtsvermogen. Het binnenoor bij katten bestaat net als bij mensen uit een gecompliceerd mechanisme om het lichaam in evenwicht te houden. Het is dit mechanisme, en niet de staart zoals sommigen wel denken, dat ervoor zorgt dat de kat op zijn pootjes belandt als hij valt. |
![]() |
Ogen
De grote en opvallende ogen van de kat zijn voorop het hoofd geplaatst, en staan net als bij mensen naar voren gericht. De kat heeft binoculair (driedimensionaal) zicht en, de aap en de uil uitgezonderd, komt de kat wat dit betreft het dichtst bij de mens. Door de grootte en de positie van de ogen komt er zoveel mogelijk licht binnen, en heeft de kat een breed gezichtsveld. Dit zijn belangrijke factoren voor de jacht en voor het zien in het donker. Een kat kan niets zien in totale duisternis, maar bij gedimd licht ziet hij beter dan de meeste diersoorten. Bij fel licht vernauwen de pupillen zich tot smalle streepjes. Maar in het donker vergroten de pupillen zich tot ronde openingen die zoveel mogelijk licht door kunnen laten. Kattenogen lijken licht te geven in het donker, dit gebeurt zelfs wanneer er maar een kleine hoeveelheid licht binnenkomt. Dit komt door het tapetum lucidum: een reflecterende laag achter het netvlies. Katten reageren zeer alert op alles wat beweegt, maar kunnen waarschijnlijk geen kleuren onderscheiden. |
|
Neus
Het puntje van de kattenneus kan zwart, roodachtig of roze zijn, het is bij een gezonde kat vochtig en voelt koel aan. Katten beschikken over een zeer goed reukvermogen, ze kunnen hun prooi of favoriete hapje vanaf verassend verre afstand ruiken. Snorharen De snorharen fungeren als delicate tastorganen en hebben een functie bij het instinctief doorbijten van de ruggengraat van de prooi. Katten hebben vier rijen stevige snorharen op hun bovenlip aan beide kanten van de neus. Ook op andere plaatsen groeien kleine groepjes tastharen, zoals boven de ogen, op de wangen, en aan de achterzijde van de voorpoten. Katten zien op korte afstand niet scherp en vertrouwen op hun uiterst gevoelige snorharen en de lange haren boven de ogen wanneer zij een prooi hanteren. Katten zonder snorharen kunnen de "coupe de grâce" ( het doden van de prooi) moeilijk uitvoeren. Het afknippen van de snor/tastharen doet niet alleen af aan het uiterlijk van de kat, het zorgt er ook voor dat de tastzin van het dier aangetast wordt. |
|
Gebit
De tanden dienen in de eerste plaats als wapens, en om het voedsel fijn te pletten. Katten hebben dertig permanente tanden en kiezen. De vier grote, scherpe, haaktanden zijn belangrijk voor het vangen en doden van een prooi. De kleine voortanden (boven en onder) gebruikt de kat voornamelijk voor zijn (vacht)verzorging. De kiezen worden gebruikt voor het verscheuren van voedsel. De kat heeft een scharend gebit, dus als hij zijn kaken op elkaar doet, passen zijn tanden en kiezen precies in elkaar. Dus de kat scheurt en plet zijn voedsel, maar kauwt er niet op. Het voedsel wordt vaak in zijn geheel doorgeslikt en verder verteerd met behulp van verteringssappen. |
![]() |









